fbpx
Selecteer een pagina

‘Tafeltennis leiden is niet zo makkelijk als het lijkt want het is fysiek en psychisch vrij zwaar’

Ilse van den Berg droomt als scheidsrechter van Spelen

Ze speelt met haar team van Vriendenschaar uit Gouda nog in de eredivisie vrouwen, maar hoort naar eigen zeggen als tafeltennisster ‘niet bepaald’ tot de Nederlandse top. Als scheidsrechter heeft Ilse van den Berg (51) wel meer bereikt. Ook al wacht ze nog op promotie naar het internationale niveau (SR5). Ze is nu SR4 scheidsrechter. Dat geeft haar het recht zelfstandig de Nederlandse top te leiden. Natuurlijk kijkt ze uit naar de status van SR5, want de Spelen zijn een droom.

Waar komt de passie voor het scheidsrechter vak vandaan?
“Jaren geleden ontmoette ik bij het NK veteranen een oud-scheidsrechter, die zelfs op de Olympische Spelen in Sydney was geweest. Die man vertelde heel gepassioneerd over zijn rol als internationaal scheidsrechter. Dat sprak mij meteen aan. Daarna heeft het nog wel even geduurd voor ik me aanmeldde voor de cursus scheidsrechter 3, maar ik ben dat gesprek nooit kwijt geraakt.”
“Na ongeveer drie seizoenen als scheidsrechter 3 heb ik me aangemeld voor de cursus SR4, want het beviel heel erg goed. Ik vond wel, dat het zwaarder en vermoeiender was dan ik vooraf had verwacht. Vooral de druk die je jezelf op legt wanneer je iets moet afkeuren en het concentratievermogen wat je moet opbrengen, had ik onderschat. Maar achteraf maakt die spanning het ook wel weer leuk. Je maakt zo deel uit van de partij.”

Wanneer komt de volgende stap?
“Mijn ambitie is inderdaad om SR5 te worden, maar de corona tijd heeft het proces wel even stil gelegd. Ik ben in 2018 SR4 geworden. Om te promoveren naar SR5, krijg je een soort toelatingsexamen. Maar om daarvoor in aanmerking te komen, moet je volgens mij minimaal honderd wedstrijden als SR4 op je naam hebben. Ik mis nu binnen dat proces gewoon anderhalf jaar. Gelukkig komt het intussen wel weer op gang. Een olympisch toernooi blijft mijn grote droom. En ik heb nog de tijd om het te halen, maar dan nog. Niet heel veel scheidsrechters worden er voor aangewezen, maar de ambitie mag ik natuurlijk hebben. Ik heb geen enkel bezwaar wanneer de realisatie nog een paar jaar duurt.”

Wat zijn de leuke en minder leuke dingen van een wedstrijd leiden?
“Minst leuke is wanneer ik mensen moet teleurstellen met een beslissing, maar als er iets niet goed is, moet je daar naar handelen. Zo trek ik niet graag een gele kaart. Ik vind dat wel een dingetje, omdat je weet dat het gevolgen heeft voor een speler. Er ontstaat ook wel eens commotie, omdat je een beslissing neemt, die men niet ziet zitten. Dan volgt er wel eens commentaar. Daar kan ik dan wel weer mee omgaan. Fysiek wordt het trouwens toch nooit en je moet altijd in gesprek blijven.”

Wat is een bijkomstigheid van jouw rol als scheidsrechter, die je niet had verwacht?
“Dat de interactie met spelers, coaches en collega’s over het algemeen zo fijn en hartelijk is en dat ik zo kan genieten van de wedstrijden. Je mag niet klappen, maar er wel van genieten. Ik vind het leiden van wedstrijden intussen ook leuker dan zelf spelen. Maakt niet uit op welk niveau.”
“Zo was ik nog voor de coronacrisis afgevaardigd naar het EK veteranen in Budapest. De eerste dagen moest ik daar alleen wat administratieve taken uitvoeren. Uiteindelijk mocht ik op de finaledag de finale bij de vrouwen van de klasse van 85+ leiden. Dan zullen mensen wel lacherig reageren, maar dat was echt niet om te lachen. Een verrassend goed niveau en de beleving van die vrouwen was ongekend. Om zoiets te leiden, moet je je niet te groot vinden. Een vrouw van 90+ won. Daar heb ik geweldig van genoten. Tafeltennis is een sport voor iedereen. Groot en klein. Jong en oud.”