Selecteer een pagina

1. Wat is je functie binnen de NTTB?
Ik ben officieel, denk ik, talentcoach. Dit is een functie die NOC*NSF heeft bedacht voor de trainer die vooral in de opleiding van de sporter een grote rol speelt. Ik ben nu voor de helft werkzaam bij het RTN Oost en voor de helft op Papendal bij de para-spelers.

2. Hoe lang werk je al bij de NTTB?
Op 1 juni kwamen er berichten binnen dat ik 25 jaar in dienst was bij de NTTB. Daar had ik niet bij stilgestaan, maar het is dus al een kwart eeuw.

3. Wat vind je het leukste aan je werk?
Omgaan met jonge mensen die ambitie hebben en waarbij ik een ondersteunende rol kan spelen.

4. Wat is voor jou het mooiste of meest bijzondere moment dat je bij de NTTB hebt meegemaakt?
Ik denk dat dat ongeveer 25 jaar geleden was. Ik was een relatief jonge en onervaren trainer. De toenmalige technische leiding zag iets in mij en gaf me kansen om actief te worden bij de NTTB. In het begin veelal als vrijwilliger, maar daarna ook als betaalde kracht. Die onverwachte kansen heb ik gegrepen.

5. Waar ben je trots op in je werk?
Dat ik nog goed contact heb met sporters die ik lang en intensief heb begeleid.

6. Stel dat je tafeltennis aan een ander publiek moest uitleggen: hoe zou je het dan verkopen?
Een verslavende sport, deels omdat je er niet meer van afkomt, maar ook omdat je er ‘high’ van kunt worden als het (eindelijk eens) perfect lukt. Maar ik zou het niet als reclameslogan gebruiken…

7. Als je een superkracht zou mogen kiezen voor je werk, welke zou dat dan zijn?
Het lezen van gedachten (zowel bij mijn eigen spelers als bij de tegenstander).

8. Welke verandering of ontwikkeling binnen het tafeltennis vind je het meest interessant?
Het steeds weer uitvinden van nieuwe slagen en tactieken. Elke keer denk je: nu kan het niet meer, en dan komt er een Truls om de hoek kijken en verandert alles weer.

9. Wat zou je altijd nog eens willen leren of proberen?
Ik zou heel graag muziek willen maken. Ik heb wat zanglessen gehad en een liedje opgenomen voor de achttiende verjaardag van mijn oudste dochter, maar dat mag geen naam hebben. Ik zou heel graag nog een instrument willen leren spelen.

10. De laatste keer vroegen we aan Arjan Huiden welke vraag hij jou zou willen stellen. Zijn vraag aan jou is: “Je hebt veel internationale toernooien bezocht als coach van Nederland. Welk toernooi is je het meest bijgebleven?
Er zijn veel toernooien waar ik met warme gevoelens op terugkijk (de bronzen medaille van Nathan van der Lee en Casper ter Luun en de zilveren medaille van Koen Hageraats en Martin Khatchanov, allebei in het dubbel op het EJK, bijvoorbeeld). Het meest bijzondere toernooi was het kwalificatietoernooi voor de Jeugd Olympische Spelen met Koen Hageraats in 2010. Hij had een aantal kansen gehad en eigenlijk elke keer boven verwachting gepresteerd, maar zich nog niet had geplaatst. Zijn laatste kans was in Lignano (Italië). En wonder boven wonder, bereikte hij de finale en won hij van Liang Qui (de broer van). Een andere reden waarom dat toernooi mij zo bijstaat, was de terugreis. Er was een vulkaanuitbarsting op IJsland geweest en al het vliegverkeer lag stil. We hebben toen een boemeltreintje naar Zwitserland genomen en daarvandaan de sneltrein naar Nederland. Met reisleider Igor Heller hebben we toen zo’n 24 uur over de terugreis gedaan.

11. De volgende collega aan wie we elf vragen gaan stellen is Saskia Meijer. Welke vraag zou je aan haar willen stellen?
Saskia geeft training aan para-spelers. Wat vind jij het grootste verschil tussen training geven aan para-  en valide spelers, en waarom trekt het jou zo aan?