Op het bondsbureau van de NTTB werken twintig collega’s. Iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheden en specialiteiten om ervoor te zorgen dat de leden van de NTTB kunnen tafeltennissen. Iedere maand stellen we een medewerker elf vragen. Zo leren we hem of haar beter kennen. Deze maand spreken we met Johan Lieftink.
1. Wat is je functie binnen de NTTB?
Mijn huidige functie is bondscoach paralympisch.
2. Hoe lang werk je al bij de NTTB?
In eerste instantie ben ik in 2002 betrokken geraakt bij het paralympisch tafeltennis (toen nog onder de NebasNsg, een overkoepelende gehandicaptensportvereniging). In 2007 vond de organisatorische integratie plaats. Elke sport ging naar de eigen sportbond, dus ook wij. Vanaf 2017 ben ik bij de NTTB in loondienst gekomen. Als mijn rekensom klopt, werk ik dit jaar 19 jaar voor de NTTB.
3. Hoe ben jij de NTTB gekomen?
In 2002 gaf ik samen met Lumen Dekker de jeugdtrainingscursus. In die periode begeleide Lumen Dekker Gerben Last, een talentvolle jeugdspeler met een handicap.Lumen kreeg de mogelijkheid om de functie van bondcoach te gaan vervullen. Hij vroeg mij of ik belangstelling had om de functie van assistent-bondscoach te gaan uitvoeren. Na kort beraad met Lya, mijn echtgenote, heb ik ja gezegd (onze kinderen waren toen 2, 4, 6 en 8 jaar oud, dus dat was wel een extra aandachtspunt).Vanaf 2002 nam ik bij elk toernooi een klein cadeautje mee (een beetje omkopen). Naarmate de kinderen ouder werden, veranderden ook de presentjes. Twee cadeautjes die ik mij nog goed kan herinneren, zijn de echte sombreros uit Mexico en voor de meiden (Marleen, Lisanne en Simone) een echte zijden ochtendjas uit Beijing. Voor Robin, de oudste van het stel, waren het meestal voetbalshirts.
4. Wat vind je het leukste aan je werk?
Het werken met jonge spelers die allemaal een droom hebben om de top te bereiken. De inzet, het enthousiasme en de wil om te presteren zijn prachtig om te zien als jij daar als trainer een bijdrage aan kunt leveren. Niet de nadruk leggen op wat niet kan, maar op zoek gaan naar de “tafeltennisoplossing”.Het coachen tijdens wedstrijden (internationale toernooien) is ook onderdeel van mijn werkzaamheden. Ik kan stilletjes enorm genieten als een tactische aanwijzing de wedstrijd doet kantelen, waardoor jouw speler alsnog de overwinning kan binnenhalen).
5. Waar ben je trots op in je werk?
Een beetje trots ben ik wel op wat para-tafeltennis in de afgelopen jaren heeft bereikt. Sinds 2002 is het altijd gelukt om één of meer prijzen binnen te halen op de “grote toernooien” (EK, WK en Paralympische Spelen).Er is natuurlijk wel één speler die ik apart moet benoemen: Kelly van Zon. Ik heb Kelly de afgelopen jaren mogen coachen. In Beijing 2008 werd zij nog derde. Daarna volgden alleen maar paralympische gouden medailles: London 2012, Rio de Janeiro 2016, Tokio 2021 (Spelen van 2020, uitgesteld vanwege corona) en tot slot Parijs 2024. Vier keer goud op rij.Wat ik ook wil benoemen, is dat collega’s ook hun steentje hebben bijgedragen aan alle successen. We opereren als team, dat is denk ik ook de kracht van alle successen van para-tafeltennis.
6. Wat zijn jouw toekomstplannen?
Voorlopig gaat alle aandacht naar tafeltennis. Ik ben van bouwjaar ’60. Langzaam maar zeker komt de pensioensleeftijd dichterbij. Ik heb geen specifieke plannen, maar ik ga zeker niet achter de geraniums zitten.
7. Als je een superkracht zou mogen kiezen voor je werk, welke zou dat dan zijn?
De voorspeller zijn, alle gebeurtenissen in de toekomst kunnen zien en daarmee je voordeel doen.
8. Wat zijn je hobby’s?
Fietsen, langere afstanden lopen en dat combineren met het bezoeken van oude steden met veel historie. Zelf sporten, maar ook passief, lekker op de bank mooie sportmomenten kijken. Wat dat betreft waren de afgelopen Winterspelen fantastisch.Daarnaast heb ik een passie voor bierproeven. Een paar keer per jaar organiseer ik een bierproeverij met een vaste groep bierliefhebbers, waarbij blond bier mijn favoriet is.
9. Wat zou je altijd nog eens willen leren of proberen?
Wat ik echt geweldig zou vinden, is dat ik naast de gangbare talen ook Chinees, Russisch, Spaans en de Slavische talen zou kunnen leren. Met iedereen kunnen communiceren, zonder taalbarrière. Als is dat natuurlijk niet realistisch.
10. De laatste keer vroegen we aan Antoinette de Jong welke vraag zij jou zou willen stellen. Haar vraag aan jou is “Komen er ook nieuwe para-talenten aan die een rol gaan spelen op het wereldtoneel en wat is er nodig om dat doel te bereiken?
Binnen onze huidige selectie zijn er zeker nieuwe talenten die aan de weg timmeren. We liggen op koers om deze spelers te begeleiden naar de mondiale top. Wat nodig is om ook op wereldniveau te kunnen acteren, is allereerst de bereidheid van de speler om veel (tijd) te investeren (een volledig programma op Papendal, waarbij tien trainingen per week de standaard zijn).Een beetje talent is wenselijk, maar zeker niet allesbepalend. Om dit trainingsprogramma en deelname aan internationale toernooien te kunnen financieren, is logischerwijs ook geld nodig. Zeker met de nieuwe selectiemethode, waarbij de beste zes resultaten op de internationale toernooien meetellen voor de wereldranglijst.
11. De volgende collega aan wie we vragen gaan stellen is Ineke de Graaf. Welke vraag zou je haar willen stellen?
Hoi Ineke, in het kader van de “elf vragen”, mijn vraag: Als coördinator Verenigingsontwikkeling (en vrijwilligersbeleid), wat is jouw grootste succes als het gaat om het ondersteunen van verenigingen en/of vrijwilligers? Waarmee kon jij hen helpen en wat maakte het verschil?