Selecteer een pagina

Op de jaarlijkse bijeenkomst met de parasportverenigingen van 1 april was Kelly van Zon te gast. Gerald van Grunsven interviewde Kelly tijdens de bijeenkomst om de aanwezigen een inkijkje te geven in het leven van een topsporter. Kelly deed zelf vroeger ook vaak mee aan pararanglijsttoernooien, de start van haar carrière. 

Gerald: Wat voor handicap heb je?
Kelly: Ik ben geboren met een verminderde spierfunctie en problemen aan heup en rug. 16 jaar lang heb ik diverse operaties ondergaan, een aantal van jullie kennen dit. Het resultaat van deze operaties is vooral dat ik geen last heb van mijn handicap en dat klachten in de toekomst zoveel mogelijk voorkomen worden.

G: Wanneer ben je in contact gekomen met tafeltennis?
K: Toen ik 9 jaar was deed ik mee aan een sport en spel programma vanuit de gemeente. Mijn vader tafeltenniste zelf en ik stond regelmatig tegen de muur te spelen. Ik heb me aangesloten bij BSM in Dongen. Ik kwam hier in een normale groep, en heb meisjescompetitie gespeeld. Ik werd niet raar aangekeken. Dongen is een klein dorp, iedereen wist dat ik wat schever liep. Ik wilde echt niet in een rolstoel en ook niet met een kruk lopen. Ik heb nooit problemen gehad op basis van mijn handicap. Ik heb diverse sporten geprobeerd: karate, paardrijden, tennissen, … Uiteindelijk moest ik een keuze maken, en dat is tafeltennis geworden.

G: Hoe ben je bij de paraselectie gekomen?
K: Toen ik 13 jaar was ben ik via mijn trainster in contact gekomen met de bondscoach. Mijn ouders hebben ook flink aangedrongen, ik wilde echt niet. Maar ik vond het fantastisch en was meteen verkocht! Mijn middelbare school was ook in Dongen. Het was daar snel bekend dat ik internationaal speelde en ik kreeg ook alle medewerking. Dat was niet zo moeilijk. Er werd in die tijd veel minder getraind dan nu.

G: Hoe was je eerste internationale toernooi?
K: Dit was in Bilbao. Ik was 13 of 14 jaar. Het was heel spannend. Ik wilde en kon bijna niet eten. Uiteindelijk heeft de bondscoach voor mij een hamburger gehaald omdat ik toch iets moest eten. Ik ben daar ook geclassificeerd. Er was twijfel tussen klasse 7 en 8. Het is gelukkig klasse 7 geworden (red. spelers in klasse 8 zijn zwaarder gehandicapt).

G: Hoeveel train je per week?
K: Ik train ongeveer 20 uur per week. In de voorbereiding op Rio 2016 heb ik in Arnhem gewoond en een full-time programma op Papendal gedraaid. Nu woon ik weer in Dongen. Ik train nu even wat minder, maar ga graag weer 4 jaar verder, en ga de trainingsintensiteit ook weer opbouwen.

G: Wanneer kreeg je het gevoel dat je een topper zou kunnen worden?
K: De trainer zei het tegen mij. Ik was vooral bezig met tegen het balletje te slaan, dat vond ik heel leuk. Athene 2004 heb ik net niet gered. In 2005 won ik zilver op de EK, toen begon het tot me door te dringen en heb ik vol gas gegeven richting Bejing 2008. De weg naar Bejing was mooi, met veel nieuwe ervaringen. Ik won helaas slechts brons, verloor nipt in de halve finale, dit lag aan mij maar zeker ook aan de klasse van de tegenstandster!

Richting Londen 2012 heb ik 2 jaar fulltime getraind. Het resultaat was goud. Richting Rio 2016 stond er heel veel druk op, ook vanuit NOC*NSF, dit was geen fijn gevoel. Ik heb hier ook vaak met Gerald over gesproken. Gerald vertelt dat Kelly onzeker was, maar dat ze ook haar kracht kende, ze kan zich enorm focussen. De “duik” is hiervan een voorbeeld, maar volgens Kelly is dat ook een stukje geluk. En zelfs niet zo slim: haar backhand liep niet, toen besloot ze om te lopen (niet verstandig gezien haar fysieke beperking) en daaruit kwam de “duik” voort.

Het is gelukt om de titel te prolongeren!

Peter Hanning: Een paar uur na de “duik” had ik een grote vergadering in Limburg. Het is gelukt om hier de beelden te laten zien. Er was een groot applaus. Hoe heb je de duik zelf ervaren?

K: Ik heb heel veel aandacht gehad via Facebook, en ook mails etc. Het is sportmoment van het jaar geworden. Die aandacht is leuk. Het gezicht van de tegenstandster spreekt voor zich.

P: Je bent heel open over je handicap. Na de titel in Rio stormde je naar je coach. Dit was een heel mooi moment.
K: Normaal ben ik een blije gup en best sociaal. Voor de wedstrijden ben ik op m’n eigen en niet te genieten. De band met mijn coach Johan Lieftink is heel speciaal. We hebben het echt SAMEN gedaan.

Hoe red je het financieel?
K: Ik heb een paar keer een studie geprobeerd, maar de combi past niet bij mij. Ik heb de A-status bij NOC*NSF. Hierbij hoort een topsportuitkering. Ik heb ook sponsors, maar de grootste sponsors zijn toch vooral mijn eigen ouders. Zonder goede mensen om je heen gaat het echt niet lukken.

G: Hoe speel je in het ‘gewone’ tafeltennis?
K: Ik speel eredivisie dames. In tafeltennis is het ‘ons kent ons’. Het niveau in de eredivisie is aanpoten. Het is wel relaxed om als gehandicapte in de eredivisie te spelen. Na Rio heb ik een stapje terug gedaan en ben ik ook gaan feesten.

Hoeveel coaches heb je gehad?
K: Ik heb altijd dezelfde bondscoach gehad: Johan Lieftink. Johan en Lumen Dekker zijn al jaren de bondscoaches en ze doen het gewoon ontzettend goed. Koen Jacobs (Hoofdbestuurslid) vult aan dat dit ook erkend wordt door NOC*NSF, onder andere met een forse financiële bijdrage.

Hoe zie je de toekomst?
K: De weg naar Tokyo 2020 is nog lang. Ik wil graag. Ik ben nog steeds nummer 1 op de wereldranglijst. De kwalificatie voor de spelen moet nog starten. Eerst ga ik in april naar het toernooi in Slovenië, daarna naar de EK. Ik volg nu geen volledig Papendal-programma meer, maar een hybride programma: een maatwerk trainingsprogramma, met uiteraard ook trainingen op Papendal.

Twee deelnemers aan de bijeenkomst: Hoe is je voedingspatroon?
K: Dit wordt helemaal en goed begeleid op Papendal. Nu is het wat minder strak. Voeding is enorm belangrijk in combinatie met fysieke training. Je moet voor en na de training eten, vooral veel groentes. Koen Jacobs vult aan dat hij een week eerder een presentatie heeft gevolgd van de hoofdkok van Papendal. Je moet weten wat je wanneer moet eten, de kok heeft ook nieuwe producten ontwikkeld, die o.a. meegenomen kunnen worden naar toernooien in het buitenland. Kelly vult aan dat het goed eten is en heel gevarieerd. Uiteraard mogen tussendoortjes ook.

Koen Jacobs: Je hebt in China de WK-finale gewonnen van een Chinese. Hoe voelt dat?
K: Dat was leuk en bijzonder. Er was enorm veel sfeer, maar de hele tribune was natuurlijk wel voor mijn tegenstandster.

Een deelnemer: Met wat voor materiaal speel je?
K: Ik speel met korte noppen op de backhand, op de forehand heb ik glad rubber. De korte noppen geven me iets meer tijd, ik heb minder last van effect en het is storend voor de tegenstander.

Een andere deelnemer: Heb je ook tijd voor een relatie?
K: Ja, ik heb een relatie. Kort voor Rio is mijn vorige relatie uitgegaan, dat was wel lastig. Inmiddels heb ik een nieuwe relatie. Mijn relatie weet wat het betekent dat ik een topsportleven heb.

Peter: Dank je voor je open verhaal.
K: Ik heb het altijd ontzettend leuk gevonden op de Nederlandse paratoernooien. Met ons huidige tafeltennisprogramma is het heel moeilijk om nog deel te nemen aan deze toernooien. Ik ga wel een keer tijd maken of zoeken om weer met een paar selectiespelers naar een toernooi te komen. Dit overleggen we uiteraard ook met onze coach.