11 augustus 2017

Janine Huiden over competitie onderzoek: "Meer maatwerk"

De opbrengst van het onderzoek verricht door het Mulier Instituut lijkt op het eerste gezicht mager, maar ik zie veel waardevolle pluspunten: namelijk, het is representatief en objectief. We hebben al heel vaak als bond onderzoek gedaan naar wensen omtrent de competitie. Vele commissies zijn ingezet om te kijken naar betere oplossingen omdat de dalende trend van competitiespelers al heel lang geleden is ingezet. Nadeel van die commissies en enquêtes van enthousiaste leden is dat het niet zeker is of de bedachte oplossing genoeg draagvlak heeft.

Met het onderzoek van het Mulier Instituut weet je zeker dat het een representatief beeld geeft van de tafeltennissituatie in Nederland en je weet ook zeker dat het objectief is: de onderzoekers hebben geen belang bij een bepaalde oplossing. Voordeel is dat je nu ook beter de waarde kan inschatten van andere vergelijkbare onderzoeken en van het werk van eerdere commissies. We hebben met elkaar niet onder een steen gelegen, we weten eigenlijk wel wat er speelt. En over de kosten: jawel, het is het waard. Onderzoek doen is duur. Ik zet regelmatig onderzoek uit in mijn werk en dat onderzoek is – eerlijk is eerlijk – veel duurder. We hebben echt wel waar voor ons geld gekregen.

Tafeltennis is een spelletje: doe er je voordeel mee
Ongeveer 9 miljoen Nederlanders hebben wel eens getafeltennist! Want ja, veel mensen hebben op de camping gespeeld of in een buurthuis. Veel mensen hebben thuis een eenvoudige tafel die bij mooi weer in de tuin wordt gezet. Wat wel een beetje jammer is, is dat mensen tafeltennis zien als spelletje. Ze komen op de club en dan leg ik uit dat je wedstrijden kunt spelen en een licentie kunt halen. ‘Oh, het is ook een sport’, hoor ik vaak. Hier ligt voor ons een kans: we moeten mensen bereiken als ze het spelletje spelen en dan de brug leggen naar de sportvereniging waar het spelletje een sport kan worden.

Dus eigenlijk moeten wij in het zomerseizoen de hort op. Naar de camping, naar het buurthuis: daar zit onze doelgroep. Organiseer een soort van toernooitje, geef een paar aanwijzingen, neem wat batjes en balletjes mee en een lijst van verenigingen in de buurt (waar je afspraken mee hebt gemaakt voor deze nieuwkomers).

Competitie vernieuwen? Jazeker!
En nu het heikele punt: wat doen we met de competitie? Ja, we moeten gaan vernieuwen want zo kan het niet langer. Maar het onderzoek toont aan dat het afhankelijk is van de doelgroep wat de voorkeur is. Er zijn spelers afgehaakt omdat de competitie te lang duurt, er zijn ook spelers overgestapt naar duocompetitie omdat die juist minder lang duurt. Maar ongeveer een derde van de competitiespelers wil geen verandering: die zijn blij met de huidige opzet. En gezien de reacties op het onderzoek is deze groep bang dat hun geliefde competitie-opzet gaat verdwijnen. Dat zou heel jammer zijn, want ik zie genoeg competitiespelers die met veel plezier in een driemansteam-competitie spelen. Dat moeten we echt zo houden.

De oplossing zit mijns inziens ook in het aanbieden van meerdere competitie-opzetten in de afdelingscompetitie (de recreantencompetitie) waar het plezier voorop staat. In de afdelingscompetitie heb je nu dus driemansteams- en duocompetitie (met name in afdeling West is dit een groot succes). Ik denk dat je duocompetitie nog aantrekkelijker moet maken. Veel mensen vinden het niet leuk omdat je maar met twee personen bent en er minder tijd is voor sociale gezelligheid. Een oplossing is om twee duo’s in een team te plaatsen zoals in de Recreantencompetitie van Limburg. Voordeel is dat je dan een duo 1 (hoger nivo) met een duo 2 (lager nivo) kunt combineren. Je kunt dan met een speler van een lager nivo een leuke avond hebben omdat je tegen een ander team speelt met ook twee sterkte nivo’s.

Ook is een voordeel dat je niet meer tafels nodig hebt (je speelt op twee tafels als een team van vier) en je houdt twee mensen over die tijdens de enkels gezellig kunnen bijkletsen of even een drankje kunnen bestellen bij de barman. Als je dan start met een dubbel bij duo 1 en enkel bij duo 2, heb je ook genoeg tellers. Daarna volgen de enkelpartijen en als laatste speel je dubbel bij duo 2 met tegelijkertijd de laatste enkelpartij van duo 1. De vier spelers passen goed in een auto dus vervoer is ook geen probleem. In West zou dit best snel kunnen, want veel duoteams bestaan uit 5 tot 8 spelers.

Het aanbieden van verschillende competitie-mogelijkheden is geschikt voor senioren in de afdelingscompetitie. Voor spelers die prestatie belangrijk vinden en in de landelijke competitie spelen, is het van belang dat zij in een sterke en evenwichtige competitie kunnen spelen. Voor jonge spelers is het belangrijk dat zij via de afdelingscompetitie goed kunnen doorgroeien naar de landelijke competitie.

Een evenwichtige competitie kan door teams van gelijke sterktes meer bij elkaar te zetten (dus afstappen van een starre indeling). Sophie doet dit nu goed bij de dames: een A poule met sterkere teams en een B poule met zwakkere teams. Kijk, daar doe je iedereen een plezier mee. En ook dat je als nieuw team niet onderaan hoeft te beginnen. Kijk zo ook eens naar jonge teams met spelers die veel trainen en sneller doorgroeien. Waarom laat je die spelers allemaal onderaan beginnen? Bied meer maatwerk.

Competitie bij de jeugd: kortere competitieduur
Bij de jeugd hoor ik vaak de klacht dat het veel te lang duurt. Een wedstrijd van drie uur is voor veel ouders een hoge drempel. Jawel, voor de ouders. Natuurlijk spelen de kinderen, maar het zijn de ouders die het kind naar de vereniging brengen en aanwezig zijn bij de competitie. Oké, er zijn ook ouders die het kind afzetten bij de vereniging en zelf wat anders gaan doen.

Maar de lange duur is toch een drempel. Daarnaast is het steeds moeilijker om nog teams samen te stellen. Hoe vaak zoek je je niet een ongeluk naar een derde speler. Voor de jeugd zou duocompetitie een uitkomst zijn en een start naar vernieuwing. Jongeren raken gewend aan deze opzet en dit kan best de toekomst worden van onze sport.

Maatwerk
Hierboven heb ik het al over maatwerk gehad. Ook bij de jeugd is het niveauverschil een belangrijk probleem. De instap wordt steeds hoger en dus ook moeilijker. Afgelopen seizoen is in West pupillen C afgeschaft. Ooit hadden we pupillen D als startcompetitie. Nu is het laagste nivo pupillen B geworden. Voor meisjes is dit heel erg jammer. Heb je net een meisje die competitie speelt en iets gaat winnen in de laagste competitie. En dan moet zij afgelopen seizoen noodgedwongen hoger spelen waardoor zij weer weinig wint. Het plezier is verloren gegaan: ze stopt. Waarom niet minder poules in een klasse: dus waarom niet bijvoorbeeld één poule voor pupillen D. Daar zet je dan beginners in. Maatwerk is volgens mij de oplossing.

Meer op maat. Dat willen mensen graag. Almere United is een goed voorbeeld van hoe je in gesprek gaat als vereniging met (potentiële) leden. Stap af van de standaard. Bied variatie aan en vraag wat mensen graag willen. Ooit was ik trainer bij Hou Tafel in Coevorden. Daar was elke speelavond een enthousiaste senior die nieuwe mensen opving en vroeg naar hun wensen. Deze persoon haalde veel nieuwe leden binnen. Ik zie meer mensen die enthousiasme uitstralen en mensen op een mooie wijze kennis laten maken met tafeltennis.

Hoe verder?
Er is zeker meer te zeggen over het onderzoek van het Mulier instituut. Er is veel meer uit te halen. We kunnen en moeten echt aan de slag. Op een positieve manier.

Janine Huiden, trainer

Dit artikel verscheen eerder op Tafeltennisprimeur. Foto (C) TT4You