23 september 2019

'Een trainer is geen werver en een werver geen trainer'

Het bestuur van de Tafeltennisbond kent sinds kort drie nieuwe gezichten: Eline Rondaij, Frans Lambi en Jan-Gerard Wever. De start van het nieuwe seizoen is een mooi moment om de nieuwelingen voor te stellen. Dat doen we met een interview. Nu is het de beurt aan de enige vrouw in het bestuur: Eline Rondaij. 

Ambitieus en ondernemend zijn de twee woorden waarmee het kersverse bestuurslid jeugdzaken zichzelf omschrijft als bestuurder en dat sluit prima aan bij wat de Tafeltennisbond wil zijn.  ‘Dat klopt. Ondernemend wordt binnen het beleid van de NTTB omschreven als: doen, assertief, pragmatisch, ambitieus en doelgericht. Doelgericht vind ik het belangrijkste aspect. Zonder doelen geen richting. Ik stel mezelf áltijd doelen en handel daarnaar. Past een activiteit niet bij je gestelde doel? Dan moet je je afvragen of je het wel wilt doen’, aldus de 25-jarige Eline. Ze vervolgt het gesprek enthousiast: ‘Passend bij de kernwaarde ‘ondernemend’ vind ik ook: mensen binnen de organisatie mogelijkheden bieden om eigen ideeën te ontwikkelen en die uit te werken. Binnen de literatuur is daar een mooie term voor: ‘intrapreneurship’. De definitie daarvan is: ‘The act of behaving like an entrepreneur while working within a large organization.’ Als we dat als NTTB zouden kunnen stimuleren zou dat heel mooi zijn.’  

Ambities
De in Arnhem geboren Rondaij loopt nog niet zo heel lang mee in de tafeltenniswereld. Desalniettemin lijkt ze al gepokt en gemazeld. Via haar vriend is ze vierenhalf jaar geleden in contact gekomen met tafeltennis. Eline: ‘Ik ging natuurlijk wel eens kijken. Als sporter ben ik fanatiek en ambitieus en dus bleef het niet alleen bij kijken. Ik ben vanaf toen nauwe betrokken geraakt bij TTV Rijnsoever: speler, trainer, ledenwerving jeugd, organisatie toernooien en bestuurslid. Welke klasse ik nu speel? In de 3e klasse van de afdeling West.’ Een paar maanden geleden werd ze door de bondsraad benoemd tot bestuurslid van het bestuur van de bond. Eline: ‘Als ik naar het bestuur en naar de organisatie kijk zie ik heel veel passie. Iedereen die zich op bestuurlijk niveau inzet voor tafeltennis heeft veel liefde voor de sport en de sporter. Ik zie ook veel ambitie, maar niet altijd genoeg tijd en middelen om alle ambitieuze plannen uit te werken. Toch zijn er in de afgelopen jaren heel veel mooie projecten en producten ontwikkeld waar we erg trots op kunnen zijn. Ook zie ik steeds meer professionalisering. Dat vind ik een goede ontwikkeling.’

Nieuwe portefeuille 
Binnen het bestuur is Eline verantwoordelijk voor jeugdzaken. Een geheel nieuwe portefeuille, waarin ze voor de uitdaging staat om haar taak af te bakenen. Eline: ‘Op dit moment is er geen specifiek beleid voor jeugdsport. Het is dus ten eerste mijn doel om dat – in samenwerking met mensen van het bondsbureau – te ontwikkelen. Ik heb veel ideeën over bepaalde vraagstukken, thema’s en uitdagingen die spelen binnen de landelijke bond. Zeker op jeugdgebied. Ik vind het leuk om hier mee aan de slag te gaan. Mijn grootste ambitie is om jeugdbehoud na te streven. Zeker in de leeftijdscategorie van 16 tot en met 23 jaar. De transitie van jeugd naar senioren is belangrijk en als ik daar een impact zou kunnen maken zou dat fantastisch zijn.’ Aan alles merk je dat de in Katwijk aan Zee woonachtige Rondaij gedreven is tot in haar tenen. ‘Ja, het is voor mij een heel leerzame ervaring waarbij er een hoop potentie is voor zelfontwikkeling. Door deze functie kom ik namelijk met een veel slimme mensen in contact die een hoop levenservaring hebben en specialistische kennis op verschillende gebieden. Ik kom ook in contact met nieuwe vraagstukken, omgevingen en verantwoordelijkheden. Ik ben dankbaar voor het feit dat ik deze kans krijg en ik hoop er een hoop uit te halen.’ De ervaring bij haar club neemt ze als bagage mee naar de NTTB. 

Nieuw beleid
Vanuit Tablestars is de instroom van jeugdleden best groot, de uitstroom van jeugd blijft een zorgenkindje van NTTB. Als het aan Eline ligt gaat dat veranderen. ‘Verwacht van mij niet dat ik ga roepen dat dit morgen geen probleem meer is. Allereerst vind ik het belangrijk om naast cijfers ook kwalitatieve data te verzamelen. Het is daarbij belangrijk de goede vragen te stellen.
Waarom blijft jeugd niet hangen? ‘Geen tijd’ wordt regelmatig als reden opgegeven om een lidmaatschap te beëindigen, maar dat vind ik niet specifiek genoeg. Blijkbaar krijgt tafeltennis geen voorrang op andere activiteiten dus mijn vraag is dan: ‘waarom niet?’ Ik zou graag in gesprek gaan met jeugdleden en hun ouders om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van wat er speelt. Op basis van de verzamelde gegevens kun je beleid maken en uitvoeren’, aldus Eline. Natuurlijk heeft ze ideeën om een kentering teweeg te brengen. Ze vervolgt gedecideerd – met een bescheiden glimlach- haar betoog: ‘Hoe gaaf zou het zijn om bijscholingen te organiseren voor verenigingen over onderwerpen als jeugdwerving en jeugdbehoud? Het betrekken van verenigingen die het al heel goed doen op jeugdgebied zou daarbij heel interessant zijn. Verenigingen kunnen daardoor van elkaar leren. Dat zien we al met succes bij het verenigingscongres in Zwolle.’ De Tafeltennisbond moet clubs die écht bereid zijn zich in te zetten persoonlijk begeleiden. Dat is althans de opvatting van het bestuurslid jeugdzaken. ‘Daar hecht ik veel waarde aan. De clubs moeten het zelf doen, maar we kunnen veel van elkaar leren. Aan ons de taak om te verbinden en te enthousiasmeren.’

Opleidingen
Jeugdzaken raakt veel onderdelen die essentieel zijn voor de tafeltennissport, zo ook opleidingen. Eline steekt haar brede kijk op zaken niet onder stoelen of banken. Eline: ‘Ik denk dat er meer focus moet zijn op techniek, bijbehorende veelgemaakte fouten, foutcorrecties en methodische opbouw. Een TT2 trainer die niet in staat is de ‘points of performance’ van een forehand topspin te beschrijven zou niet mogen slagen voor het examen. Op dit moment mist er ook een beetje focus doordat je als trainer in opleiding bijvoorbeeld ook wervingsactiviteiten moet organiseren. Als trainer ben je geen werver en als werver geen trainer. Ook moeten we niet het wiel opnieuw willen uitvinden. We zouden bijvoorbeeld kunnen kijken naar hoe opleidingen gegeven worden bij andere sporten of wellicht kunnen we gebruik maken van het aanbod van de ITTF. En uiteraard leren van wat onze eigen toptrainers te zeggen hebben over opleidingen. Het zou mooi zijn als we een aantal toptrainers zouden kunnen betrekken bij de invulling van trainersopleidingen.’